De staatssecretaris van Klimaat en Groene Groei (KGG), de Commissie Mijnbouwschade (CM) en de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) hebben afspraken gemaakt over een schaderegeling na de beving bij Geelbroek op 14 maart. De gemeenten Assen, Aa en Hunze en Midden-Drenthe en de provincie Drenthe zijn bezorgd over de schaderegeling en over het nauwelijks meenemen van de wensen en inbreng van de inwoners en de regio in de regeling.
Zorgen over vertrouwen
De gemeenten Assen, Aa en Hunze en Midden-Drenthe en de provincie Drenthe maken zich grote zorgen over deze schaderegeling. Die zorgen wegen extra zwaar, omdat de afhandeling van de bevingen in Ekehaar in 2023 al tot veel wantrouwen heeft geleid. Zij zien dat inwoners behoefte hebben aan duidelijkheid en een eerlijke afhandeling. Deze regeling sluit daar onvoldoende op aan. De regio is van mening dat deze regeling opnieuw voor ongelijkheid, onduidelijkheid en onbegrip gaat zorgen.
Niet alle schade vergoed
In de schaderegeling kiest de staatssecretaris voor een systeem met ringen en vaste maximale bedragen per gebied. De verwachting van de staatssecretaris is dat schades binnen die bedragen blijven. De regio vreest dat niet alle schade daarmee volledig wordt vergoed. De Commissie Mijnbouwschade beoordeelt namelijk niet langer per geval of de schade door de beving komt. Als het daadwerkelijke schadebedrag hoger is dan het maximum, wordt binnen deze regeling aangenomen dat een deel een andere oorzaak heeft. Dat deel moet de eigenaar zelf betalen.
Voorstellen regio niet overgenomen
In de afgelopen maanden heeft de regio haar zorgen en voorstellen gedeeld met de staatssecretaris. Zo is gepleit voor herstel in natura, zodat inwoners niet zelf een aannemer hoeven te regelen. Ook is gevraagd om een geschillencommissie voor mensen die het niet eens zijn met hun schaderapport en om een regeling voor bijzondere situaties. Deze voorstellen zijn niet overgenomen.
Reguliere route blijft knelpunt
Mensen die het geen gebruik willen maken van het maximale schadebedrag, worden verwezen naar de reguliere procedure. Uit ervaringen na de bevingen in 2023 blijkt dat deze procedure niet goed werkt en dringend moet worden aangepast. De Commissie Mijnbouwschade geeft bovendien aan dat vergoedingen in die route vaak lager uitvallen. Ook kunnen mensen die hun schade na de gestelde termijn melden niet meedoen met de regeling, terwijl normaal een meldingstermijn van een jaar geldt. De staatssecretaris heeft daarnaast niet toegezegd dat nieuwe regels, als het instellingsbesluit wordt aangepast, met terugwerkende kracht gaan gelden voor gedupeerden van de aardbevingen in 2023 en 2026.