Huismus op één bij Nationale Tuinvogeltelling

05 feb , 9:20 Nieuws
chiemseherin-great-tit-8620223_1280
Pixabay/Christel

De huismus is tijdens de 23e editie van de Nationale Tuinvogeltelling het vaakst geteld in de gemeente Assen. Dat blijkt uit de resultaten van de Vogelbescherming.

In de meeste gemeenten eindigde dit keer de koolmees voor het eerst op de eerste plek, maar dus niet in Assen.

Inwoners van Assen hielden een half uur lang bij welke vogels hun tuin of balkon bezochten. De huismus werd 2.617 keer geteld, gevolgd door de koolmees met 1.515 keer. De merel en de vink eindigden respectievelijk op de vierde en vijfde plaats.

In de provincie Drenthe eindigde de huismus ook op de eerste plaats met 20.818 tellingen. De koolmees staat op de tweede plaats met 16.913 tellingen, gevolgd door de pimpelmees met 19.278 tellingen.

Door sneeuw en ijs, vooral in Noord-Nederland, trekt een deel van de vogels naar gebieden met meer voedsel, zoals in tuinen. Opvallend was bijvoorbeeld de waarneming van maar liefst vijf boomleeuweriken in één tuin in Drenthe, een soort die zelden in tuinen wordt gezien. 

Landelijk

Landelijk staat de koolmees ook op de eerste plaats met 273.142 tellingen. De huismus en de pimpelmees eindigden landelijk als tweede en derde. “Meer dan 135.000 mensen hebben bijna 1,9 miljoen tuinvogels geteld”, laat de Vogelbescherming weten. “Dit jaar is de huismus voor het eerst in 23 jaar niet op de eerste plaats geëindigd.”

Hoewel de winst van de koolmees deels te danken is aan een goed broedseizoen, zijn er grote zorgen om de huismus. De huismus werd acht procent minder gezien in tuinen ten opzichte van vorig jaar. De afname van de huismus begon al in de jaren tachtig, voornamelijk door verstening van tuinen en openbaar groen. Dit leidde tot een landelijke achteruitgang in de populatie huismussen van meer dan vijftig procent.